Kaarten
Guus (59) schreef theaterstuk over Friese slavernijverleden: 'Einde van de doorwerking van de slavernij ga ik niet meer meemaken'
Guus Pengel: ,,Ik wou dit alleen doen als ik het gesprek kon aangaan met zwarte Friezen om te leren hoe het hier is.’’ Foto: Marco Keyzer

Honderden mensen zijn zaterdag te vinden in de tuin van het keramiekmuseum Princessehof. Ze besteden aandacht aan de afschaffing van de slavernij. Surinaamse Nederlanders met banden met Friesland vertellen over hun eigen ervaringen met de doorwerking van slavernij.

Guus Pengel (59) schreef voor theatergezelschap Pier21 een theaterstuk over de doorwerking van de slavernij in Friesland. Zelf is hij geboren in Den Haag. ,,Eigenlijk had ik niets met Friesland”, vertelt hij eerlijk aan de telefoon. ,,Mijn vrouw heeft een beetje Friese roots . Toen we vorig jaar in Groningen waren, zijn we een keer met de trein naar Leeuwarden gereisd om die stad ook eens te bekijken.”

Om toch een theaterstuk te kunnen schrijven over wat mensen van kleur in Friesland ervaren, ging hij met ze in gesprek. ,,Dat was voor mij een voorwaarde om dit stuk te schrijven. Ik wou dit alleen doen als ik het gesprek kon aangaan met zwarte Friezen om te leren hoe het hier is. Ik woon in Zaandam en de acteurs komen uit de omgeving Amsterdam. Dan moeten we eerst leren hoe het hier is.”

Een wit en zwart perspectief

Het theaterstuk, genaamd Un dia nobo – Wan nyun dey – In nije dei , is geïnspireerd op een schilderij dat in het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden hangt. Op het schilderij staan vier witte mannen met hun paarden. In het midden staat een zwart jongetje in een felrode jas. Over het tot slaafgemaakte jongetje is weinig bekend. In het schilderij kijkt hij omhoog. Hij kijkt op naar de witte mensen.

In de voorstelling van Pengel wordt dit kunstwerk door twee mensen bewaakt. De toeschouwer krijgt een wit perspectief van een van de bewakers en het zwarte perspectief van de andere bewaker. De zwarte bewaker deelt haar eigen ervaringen met de doorwerking van slavernij. Ze vertelt hoe ze zich daarvan aan het bevrijden is, door zichzelf niet meer te verstoppen. Aan het eind van de voorstelling is het zwarte jongetje uit het schilderij bevrijd.

‘Voor mij was het niet ‘teruggaan’

Het zijn ontwikkelingen die Pengel zelf ook doorlopen heeft. Op zijn 13de verhuisde hij met zijn ouders naar Suriname. ,,Toen werd het land onafhankelijk”, vertelt Pengel. ,,Mijn vader wilde graag terug. Maar voor mij was het niet ‘teruggaan’, voor mij was het ‘gaan’. Ik vond het niets.”

Zes jaar later, op zijn 19de, keerde de schrijver terug naar Nederland. ,,Terwijl ik op de universiteit in Suriname zat, werden de Decembermoorden gepleegd. De universiteit ging dicht en ik vertrok naar Nederland om hier mijn studie af te ronden.”

‘Heel makkelijk generaliseerde hij hele groepen’

Ineens merkte hij verschil bij oude vrienden. ,,Op mijn 13de had ik een hele goede vriend. Een Hollandse-Hollandse jongen, ik ben een Hollandse-Surinaamse jongen. Toen ik zes jaar later terugkwam, kon ik geen gesprekken meer met hem voeren. Hij riep dingen, waarvan ik dacht: wow, serieus. Het was zo vreemd dat hij dingen waar ik mee te maken had niet begreep. Heel makkelijk generaliseerde hij hele groepen. Vooroordelen die hij uitsprak, waarvan ik dacht: wauw, dit is raar.”

‘Ik stop daarmee wel een deel van mezelf weg’

Sindsdien is Pengel terughoudender geworden. ,,Bij goede vrienden niet”, benadrukt hij, ,,maar gesprekken over Suriname hou ik alleen met deskundigen of dus met goede vrienden. Andere gesprekken hou ik expres oppervlakkig, omdat het me irritatie bespaart en ik wil de relatie goed houden. Maar daarmee stop ik wel een deel van mezelf weg.”

Pengel ziet wel een positieve ontwikkeling in de samenleving. ,,Toen ik dertig jaar geleden begon met schrijven, vroegen mensen: wanneer ga je terug? Hoezo terug? Ik ben hier geboren. Dat gebeurt nu niet meer, er zit wel een goede beweging in.”

‘Dat ga ik niet meer maken’

Toch denken Pengel en Brewster beide dat de doorwerking van de slavernij nog lange tijd door zal duren. ,,Mijn dochter is 21”, zegt Brewster. ,,Als ik hoor wat die generatie nog denkt en wat kinderen op de basisschool nog tegen elkaar zeggen… Er groeit alweer een generatie op met gedachten die komen door de dehumanisering van zwarte mensen in de slavernij.”

,,Als witte en zwarte mensen langs elkaar op straat kunnen lopen zonder vooroordelen”, legt Pengel uit. ,,Dan weet je dat de doorwerking klaar is. Maar dat heeft echt nog tijd nodig. Dat ga ik niet meer meemaken.”

Gepubliceerd op: 1 juli 2023 om 08:07 uur
Door: Myrddin Hilbrands, Leeuwarder Courant

Blijf op de hoogte
Naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.