Pier21 wordt meerjarig ondersteund door


DE VERPLEEGKUNDIG CENTRALIST EN AMBULANCEVERPLEEGKUNDIGE
Voor Pier21 interviewde journalist Kirsten van Santen verpleegkundig centralist Helga naar aanleiding van de voorstelling En ik dan?
Twee dagen in de week, al 26 jaar, werkt Helga (53) op de Meldkamer Noord-Nederland in Drachten. Wie 112 belt, krijgt haar aan de lijn. Daarnaast werkt ze sinds 14 jaar ook twee dagen in de week als verpleegkundige op de ‘middencomplex ambulance’ – dat is planbaar ambulancevervoer.
Het is vooral in die laatste hoedanigheid dat ze mantelzorgers treft: ze vervoert mensen die hun heup hebben gebroken naar het ziekenhuis, patiënten die voor een bestraling naar het ziekenhuis moeten of ouderen met malaise-klachten waardoor het thuis niet meer gaat. Ze vervoert mensen van het ziekenhuis naar het hospice, of naar huis, om te sterven. Schakelmomenten, kruispunten. ,,Wij verkeren in het echte leven. Je belandt altijd midden in een situatie.’’
Wanneer iemand van huis wordt opgehaald om in het hospice te gaan sterven, dan is dat een emotioneel moment, ook voor de mantelzorgers, een partner, de kinderen. Helga weet hoe belangrijk het dan is om de tijd te nemen voor het afscheid. ,,Het is dan ook aan ons om vervolgens te zeggen: we gaan. Wat we vaak doen is de mensen vragen of er nog een speciale plek is waar ze langs willen rijden.’’
Het is die medemenselijkheid waardoor haar werk zo mooi blijft, hoe moeilijk ook. ,,Mensen zijn verdrietig of juist heel boos. Dan proberen wij adequaat te reageren.’’ Ze herinnert zich nog goed de zoon die voor zijn oude moeder zorgde. Hij sliep bij haar, werkte vanuit haar huis, kon haar niet meer alleen laten, had eigenlijk geen eigen leven meer. Toen de ambulance de oude vrouw ophaalde om haar naar een tijdelijke opvangplek te brengen, was de zoon volledig ontredderd. ,,Dat registreren we, zo’n overbelaste mantelzorger, dat melden we.’’
Ook op de Meldkamer komen telefoontjes van familieleden binnen die ten einde raad zijn. Een verwarde ouder, het gevoel van het kastje naar de muur gestuurd te worden, de huisarts die moeilijk te bereiken is – ze zijn wanhopig en gefrustreerd. ,,Mensen bellen dan 112 in de hoop dat er door een ambulance schot in de zaak komt, maar zo werkt dat niet.’’ Het zijn pittige gesprekken, zegt Helga, maar ze weet er raad mee, schakelt snel met hulporganisaties.
Als verpleegkundig centralist is ze er voor de echte noodgevallen, wanneer iedere minuut telt: ongelukken, hartfalen, hersenbloedingen. ,,De moeilijkste 112-oproepen vind ik wanneer het kinderen betreft. Huiselijk geweld is ook zwaar, net als suïcides. Wij moeten altijd zowel menselijk reageren als professioneel blijven. Is een ambulance nodig? Wat is er precies aan de hand? Hoeveel mensen zijn er betrokken? Moet de brandweer worden ingeschakeld of de traumaheli? Om dat te bepalen, moet ik een aantal dingen weten, dat gaat heel zakelijk, volgens protocollen.’’
Ze vindt het na afloop van een dienst fijn om alleen in de auto naar huis te rijden en een podcast te luisteren – even omschakelen. ,,Ik wil daarom ook liever niet carpoolen.’’ Zodra ze thuis is, bij haar vriend en hun twee kinderen, is ze veel al ‘kwijt’. Wanneer er toch dingen in haar hoofd blijven rondspoken, biedt haar partner een luisterend oor. En ook op haar werk zijn er altijd collega’s om mee te praten en er is een bedrijfsopvangteam. ,,Verder moet je er tussendoor gewoon wat gezelligs van maken op je werk, dat is belangrijk: ook met de feestdagen en tijdens nachtdiensten.’’
De mentaliteit van de burger is de laatste jaren veranderd, merkt Helga. Mensen hebben een kort lontje en kunnen veeleisend zijn. ,,Ze eisen hulp alsof ze een pizza bestellen. En de jonge generatie beschikt niet meer over beltechnieken, het gaat van ‘yo bro’ en ‘gast’. Dat is niet prettig, maar je doet er ook niets aan.’’ Wanneer Helga dan weer in haar auto zit en muziek van Coldplay of Snowpatrol opzet, is ze het snel weer vergeten.
Door: Kirsten van Santen
Fotografie: Natalia Balanina