Verteltips voor de verhalenavond

Hieronder enkele tips die je kunnen helpen bij het vertellen van je verhaal.

Maak je verhaal persoonlijk
Als je zelf de hoofdpersoon bent is het al persoonlijk. Als iemand anders de hoofdpersoon is, geef dat de relatie met jou aan:
– Mijn opa die…
– Een vriendin van mij met wie ik altijd…

Als een voorwerp of gebouw de hoofdrol speelt, geef dan ook de relatie met jou aan:
– Ik kwam daar als kind altijd al langs en ik vond…
– Ik zag het voor het eerst… en dacht…

Geef de luisteraars een beeld van je hoofdpersoon/hoofdobject
– Een jonge vrouw met kuiltjes in haar wangen en een trieste blik…
– Een oud mannetje met klompen en een pet…
– Een huis met grote hoge ramen dat een beetje achteraf stond…

Probeer beeldend te vertellen waar dat kan
– Er vielen dikke witte sneeuwvlokken i.p.v. het sneeuwde.
– De bomen waren licht groen en de weiden stonden vol bloemen i.p.v. het was voorjaar.
– Zijn borst ging hijgend op en neer i.p.v. hij was buiten adem.

Zorg voor een opbouw in je verhaal
Door in het begin een vraag te stellen die aan het eind beantwoord wordt:
– Ik heb me altijd afgevraagd hoe die steen daar kwam….. En zo kwam die steen daar te liggen.

Of door dingen langzaam te vergroten:
– Eerst merkte niemand het op… maar het werd steeds erger… tenslotte was het zo erg…

Of door een probleem te stellen dat opgelost moet worden:
– Er was geen geld maar er moest een nieuw huis komen.
– Zij moesten aan de overkant komen, maar er was geen bootje.

Maak een mooie afronding aan je verhaal
– En zo komt het dat die steen hier ligt
– En op die manier lukte het om…
– En nog steeds weet niemand hoe het kan, maar het is wel gebeurt.

Meedoen? Meld je aan voor de verhalenavond op 15 november!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *