Ik denk dat iedereen komt

Pier21_Twitterpost_4 nov
Bouke Oldenhof heeft in zijn stukje voor deze website op een treffende manier verteld, hoe de tekst van de Feteranen is ontstaan. Voor mij is de Feteranen begonnen in De Bidler, tijdens de voorstelling van De Emigrant door Freark Schmink en dorpsgenoot Theo Smedes. Op die avond geniet ik weer van een volle Bidler en van Freark die iedereen daar meeneemt in de met veel humor en ontroering vertelde verhalen over Emigranten. Het zindert in de Bidler. Knap werk ook van Theo en natuurlijk Romke Toering (tekst en regie). Op die fijne avond ontmoet ik David voor het eerst en van hem ben ik nog het meest onder de indruk. Zo’n jonge producent die een verhaal wil vertellen over Emigratie en dat voor elkaar krijgt. En hoe: overal uitverkocht, twee seizoenen lang! Met zo’n producent wil ik ook nog wel eens een voorstelling maken in de dorpshuizen van Fryslan. Dat heb ik hem laten weten. En niet lang daarna, zitten we al bij elkaar. En voordat we het weten ligt er een script en heeft David alweer een tournee in elkaar gesleuteld.

Zo langzamerhand weet ik uit ervaring van veel vallen en soms opstaan, wat een voorstelling tot een succes kan maken. Dat wil ik hier best wel verklappen. De succesfactoren zijn:

  • Een belangrijk thema, dat mensen bezighoudt. Daar zorgde David direct voor door ons te wijzen op discussie over de herdenkingen nu de oorlog alweer 70 jaar geleden is.
  • Een goede tekst. Wordt vaak onderschat, maar laat dat maar aan Bouke over, weet ik uit ervaring.
  • Goede acteurs die graag samen willen spelen. Ik denk dan aan de combinatie van Joop en Freark. Ik wil graag met hen weer samen werken. En dan niet zoals in Kening Lear in een groot spektakel, maar alleen met hun beiden en op een klein toneel. De chemie tussen deze twee spelers is altijd groot geweest en volgens mij nog te weinig benut.

Als aan die drie voorwaarden écht is voldaan, dan wordt het voor mij als regisseur niet moeilijk. Dan wordt het genieten. En dat hebben we gedaan in de Rolbrêge, het café van Bouke waar hij de koffie altijd warm heeft en waar wij met elkaar (Theo nu als mijn rechterhand) repeteren.

Webwerkt_2015_IMG_2541

Jos en Joop na de première

Het verhaal gaat weer verder in de Bidler, want daar spelen we de eerste try-out. En dat is echt een proefvoorstelling, want dankzij de kritische dorpsgenoten worden we met onze beide benen op de grond gezet. De voorstelling is nog te lang en we kennen de teksten nog niet goed genoeg (is ook niet makkelijk met die dialogen van Oldenhof!). Daarna naar De Lawei, nog geheel in verbouwing. Hoestend en proestend van het bouwstof, repeteren we in de kleine zaal. En dan is het zomaar première. We hebben onze best gedaan en de reacties zijn positief. Maar ik ben oprecht blij als de première voorbij is en we weer naar een dorpshuis kunnen gaan. Want daar wacht voor ons de beloning.

Het is namelijk genieten om een dorp binnen te rijden en van alle kanten mensen over straat in een bepaalde richting te zien lopen. Tientallen, nee het zijn er wel meer dan honderd. En nog meer. Ik zet de auto aan de kant en voeg mij tussen de mensen, want ik weet dat ze naar de Feteranen gaan. Ik heb geen idee waar de zaal is. Dat het maakt niet uit, want ik kom er vanzelf. Ik volg gewoon de mensen. Er heerst een uitgelaten stemming. Mensen groeten elkaar en iedereen lijkt blij verrast dat zoveel dorpsgenoten onderweg zijn naar een toneelstuk. (‘Ben ik dus niet de enige’, zie ik ze denken). Voor mij lopen twee mannen. De een zegt tegen de ander met iets van trots in zijn stem -lijkt het wel-: ‘Goh, ik denk dat iedereen komt’. Daar doe je het voor.

Jos Thie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *