Bouke Oldenhof over het schrijven van Feteranen

Bouke Oldenhof over het schrijven van Feteranen
Schrijven is een avontuur. Je begeeft je steeds weer op nieuw en onbekend terrein. Maar het mooie van toneelschrijven is dat het nooit een eenzaam avontuur is.
Producent David Lelieveld wilde iets met 70 jaar bevrijding doen. Met oorlog. Met veteranen. David heeft altijd ideeën die algemeen en maatschappelijk lijken, maar die in de kern persoonlijk zijn. David is de zoon van een veteraan. Waar je uitkomt, weet je niet; maar hij stuurt je wel op een heldere missie.
Al snel stapt regisseur Jos Thie aan boord. Een man die al zo vaak rake opmerkingen heeft gemaakt bij eerdere samenwerkingsprojecten. Met hem kan je een beetje sparren over welke kant het op moet. Eigenlijk weet je bij Jos altijd van tevoren al welke kant hij je op stuurt: de kant van het gevaar. Niet het gevaar van een of andere ingewikkelde en moderne vorm, maar het gebied in waar de landmijnen liggen van vastgeroeste opvattingen en vergeten bermbommen.
Dan belt Hylke Speerstra: ‘Ik heb het gevoel dat ik een goudmijn aan verhalen heb gevonden.’ Speerstra vraagt Indië-veteranen van rond de negentig jaar oud naar hun herinneringen aan de politionele acties. Menigeen wil het verhaal kwijt dat hem ’s nachts wakker houdt en dat hij uitgesproken en opgebiecht wil hebben voor hij sterft. Jos en ik maken snel de keus: we gaan ons richten op Indiëveteranen. Niet de Tweede Wereldoorlog met zij platgetreden paden. Maar de onbekende rimboe van Indonesië vol goede bedoelingen, gevaren en mislukkingen.

Dan begint de magie. De magie van de eerste regel op papier. Over de eerste zin heb ik misschien wel tien keer langer gedaan dan over de hele tweede helft van het stuk. Welke zin kan de eerste zijn? Beckett schiet door mijn hoofd, ‘Wachten op Godot’. De twee veteranen worden een beetje clowns in mijn hoofd. Wat is het verschil tussen wachten en de wacht houden? Er zijn zinnen uit ‘Wachten op Godot’ die zo overgenomen zijn in Feteranen.
Steeds opnieuw hopen Vladimir en Estragon op verlossing. Net zo trouw staan de twee veteranen bij hun moment. Maar een van de acteurs, Freark Smink, waarschuwt. Het moet wel herkenbaar zijn, niet een abstract intellectueel spel. Natuurlijk niet, hij heeft gelijk, maar goed dat hij er zo expliciet en indringend aan herinnert.
Mensen van vlees en bloed. Ik kan een biografie schrijven van de personages. Deels gebaseerd op een familielid en een dorpsgenoot, en rondgemaakt met details uit al die andere levens die me zijn verteld. Die ik heb gelezen in Speerstra zijn ‘Op klompen door de dessa’.

‘Zie je nou voor je wat je schrijft? En is het geworden wat je je voorstelde?’ Hoe vaak krijg ik die vraag niet? Het antwoord is altijd ‘nee’. Ik zie niks voor me. Ik hoor wat. Ik hoor de acteur de teksten zeggen. Ik hoor hoe de acteur met zijn temperament zou kunnen reageren en ik schrijf het op. Minimaal tien teksten heb ik voor Joop Wittermans geschreven. Maak me midden in de nacht wakker, en ik weet wat Joop zou kunnen gaan zeggen. Joop is een thuiswedstrijd.
Al hoe lang ik Freark Smink heb zien spelen, en al hoe zeer ik hem als acteur waardeer, ik heb nog nooit voor hem geschreven. Freark is onbetreden terrein. Gevaarlijk en prikkelend tegelijk. Kan ik hem teksten leveren die goed genoeg zijn? Kan ik hem horen in mijn hoofd? Het werkt. Freark spreekt een ander register in me aan. Zijn voortdurende gewetensvraag of het wel goed en oprecht genoeg is, spookt door mijn hoofd. Ik kan die vraag aan een personage geven, dat zich voortdurend afvraagt of hij zich genoeg ingezet heeft voor het algemeen belang, en of het goed was wat hij allemaal gedaan heeft. Nu. Maar ook in een lang verleden, waarvan iedereen –hijzelf niet in de laatste plaats- zou kunnen denken dat het vergeten is.

Van alle mensen die met mij het avontuur van het schrijven zijn aangegaan, heeft Freark Smink me het meeste geholpen. Jos Thie was ook belangrijk. Ik wist al welk commentaar hij zou geven voor we een gesprek voerden. Maar Freark verraste me voortdurend met zijn invallen. Zijn gewetensvragen maakten dat ik van scène naar scène door kon schrijven. En het leukste van alles: Freark zelf wist er niks van. Het was alleen zijn stem in mijn hoofd. Maar toch: hartstikke bedankt, Freark!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *